Vorgestern hat André in der Nacht einen richtigen Fieberschub gehabt. Gestern ging es richtig gut und letzte Nacht hat es wieder angefangen. Zwar war das Fieber nicht so hoch wie Vorgestern, aber heute fühlte er sich gar nicht gut.
Nach dem Frühstück sind wir gemeinsam losgelaufen. Wir haben den Tempel Wat May Souvannapoumaram besucht. In Luang Prabang gibt es ganz viele gut erhaltene Tempel. Daher zählt die Stadt auch zum UNESCO Weltkulturerbe.
Anschliessend haben wir das National Museum von Luang Prabang besucht. Dort konnten wir den königlichen Palast und den Tempel Haw Phra Bang besuchen. Die Auflagen waren sehr streng. So durften wir nicht mit kurzen Hosen in den Palast. Auch unser Rucksack und den Fotoapparat mussten wir in einem Schliessfach weg sperren.
Die Laotianen respektieren ihren König sehr, obwohl es jetzt keinen König mehr in Luang Prabang gibt. Seit 1975 ist Laos ein Einparteienstaat und damit einer der weltweit fünf Staaten unter Führung einer kommunistischen Einheitspartei.
Nach diesem Besuch ging es André nicht gut. Wir sind zur Apotheke und haben was gegen den Fieber geholt. Danach ist er ins Bett und hat einige Stunden geschlafen. Hoffentlich ist dies bald vorbei.
Ich bin dann alleine losgezogen. Ich wollte unbedingt den Phou Si Berg und den Wat Chom Si Stupa besuchen. Von der Stadt aus ging eine steile Treppe hoch. Der Aufstieg hat sich gelohnt. Von dort aus hatte ich einen wunderschönen Aussicht über Luang Prabang, den Mekong und den Nam Khan.
Runter bin ich auf die Rückseite. An viele Buddastatuen vorbei. Unten am Fluss Nam Khan angekommen, ging es Flussabwärts Richtung den Mekong. Ein Stück von Luang Prabang welches wir noch nicht besucht hatten.
Abends ging es André bereits wieder etwas besser. Das Paracetamol aus der Apotheke und eine grosse Mütze Schlaf haben gewirkt.
Eergisteren had André ’s nachts hoge koorts. Gisteren ging het heel goed, maar vannacht begon het weer. De koorts was weliswaar niet zo hoog als eergisteren, maar vandaag voelde hij zich helemaal niet goed.
Na het ontbijt zijn we samen gaan wandelen. We hebben de tempel Wat May Souvannapoumaram bezocht. In Luang Prabang zijn heel veel goed bewaarde tempels. Daarom staat de stad ook op de Werelderfgoedlijst van UNESCO.
Daarna hebben we het Nationaal Museum van Luang Prabang bezocht. Daar konden we het koninklijk paleis en de tempel Haw Phra Bang bezichtigen. De regels waren erg streng. Zo mochten we het paleis niet betreden in korte broeken. Ook moesten we onze rugzak en camera in een kluisje achterlaten.
De Laotianen hebben veel respect voor hun koning, ook al is er nu geen koning meer in Luang Prabang. Sinds 1975 is Laos een eenpartijstaat en daarmee een van de vijf staten ter wereld die worden geleid door een communistische eenheidspartij.
Na dit bezoek voelde André zich niet goed. We zijn naar de apotheek gegaan en hebben iets tegen de koorts gehaald. Daarna is hij naar bed gegaan en heeft hij een paar uur geslapen. Hopelijk is dit snel voorbij.
Ik ben toen alleen op pad gegaan. Ik wilde absoluut de Phou Si-berg en de Wat Chom Si-stoepa bezoeken. Vanuit de stad liep een steile trap omhoog. De klim was de moeite waard. Van daaruit had ik een prachtig uitzicht over Luang Prabang, de Mekong en de Nam Khan.
Ik ben naar de achterkant gegaan. Langs vele Boeddhabeelden. Eenmaal beneden bij de rivier Nam Khan aangekomen, ging ik stroomafwaarts richting de Mekong. Een deel van Luang Prabang dat we nog niet hadden bezocht.
’s Avonds voelde André zich alweer een stuk beter. De paracetamol van de apotheek en een flinke dosis slaap hadden hun werk gedaan.






























Schreiben Sie einen Kommentar zu monicahofmaenner Antworten abbrechen